Rossini's Petite Messe Solennelle
Menigeen glimlacht wanneer de naam van Gioachino Rossini valt.
Hij wordt beschouwd als de man van de lichtvoetige, humoristische en virtuoze opera's, de zogenaamde opera buffo. En het is waar: Rossini was tijdens zijn leven een wereldberoemd én schatrijk componist en dankte dat succes voornamelijk aan zijn opera's in buffo stijl. Niettemin is zijn invloed op de ontwikkeling van de serieuze opera, de opera seria, van veel groter belang, omdat hij daarmee de weg heeft gebaand voor de grote romantische opera, die bij Verdi en Puccini zijn hoogtepunt zou beleven.
Rossini's carrière als componist vertoont een merkwaardig verloop. In 1829, na het schrijven van de opera Guillaume Tell, gooit Rossini, 37 jaar oud en op de top van zijn succes, tot veler verbazing het bijltje er bij neer. Hij wil niet meer, kan niet meer, is zowel psychisch als fysiek uitgeput. Het zal dan meer dan 30 jaar duren voordat hij zich toch weer serieus met componeren bezig gaat houden. Hij leeft dan in Parijs. De prachtige Petite Messe Solennelle is één van de werken, die in die laatste fase ontstaan. Opvallend genoeg is in deze mis plotseling de invloed van Bach hoorbaar. Dat is niet toevallig: Rossini maakte sinds 1857 deel uit van een groep, die zich bezighield met een kritische uitgave van de werken van de grootmeester van de barok. De aanduiding Petite
heeft niet zozeer betrekking op de omvang van Rossini's mis, maar veeleer op de bezetting: hij schrijft de mis namelijk voor 12 zangpartijen, twee piano's en harmonium. Qua instrumentale begeleiding inderdaad een kleine bezetting. Rossini heeft later zelf ook een versie gemaakt waarin de piano- en harmoniumpartijen zijn uitgewerkt voor groot orkest, maar hij deed dat louter om te voorkomen dat na zijn dood iemand anders dat zou doen. De Petite Messe Solennelle werd voor het eerst uitgevoerd in maart 1864, bij de plechtige ingebruikneming van de privé-kapel van Hertogin Louise Pillet-Will. Vijf jaar daarna sterft Rossini, wordt begraven op het beroemde kerkhof Père Lachaise in Parijs. In 1887 wordt zijn stoffelijk overschot met een plechtige ceremonie overgebracht naar de Santa Croce in Florence.
Voor de uitvoering van de Petite Messe Solennelle in oktober 2010 zal dirigent Wilko Brouwers zijn Strijps Kamerkoor en Monteverdi Kamerkoor Utrecht samenvoegen tot één groot ensemble van 50 zangers, waardoor de dynamische schakeringen die Rossini in de partituur vermeldt volledig tot hun recht kunnen komen. Om ook in andere opzichten zo dicht mogelijk bij de klankvoorstelling van de componist te blijven zal gebruik worden gemaakt van een historische Erard vleugel en een eveneens historisch Frans Kunstharmonium. Deze instrumenten zullen worden bespeeld door twee topmusici, te weten David Kuyken (Erard vleugel) en Klaas Vellinga (harmonium). De vocale solopartijen worden vertolkt door Tamar Niamut (sopraan), Florieke Beelen (alt), Emiel Hoefnagel (tenor) en Job Hubatka (bariton).
Programma
Rossini | Petite Messe Solennelle |
Concerten
Za 30 oktober 2010 14:00 u |
Amsterdam, Noorderkerk, Noordermarkt 44 | toegang: 15,-/13,- reseveringen: www.noorderkerkconcerten.nl |
Vr 12 november 2010 20.15 u |
Utrecht, Pieterskerk, Pieterskerkhof 3 | toegang: 17,50/15,- reseveringen: www.pieterskerkconcerten.nl |
Za 13 november 2010 20.15 u |
Eindhoven, Pleincollege van Maerlant, Jacob van Maerlantlaan 11 | toegang: 17,50 (incl. koffie) reseveringen: reserveringen@strijpskamerkoor.nl |
Klik hier voor een recensie van het concert in Eindhoven.
Reserveringen
Voor het reserveren van toegangsbewijzen voor deze concerten, klikt u op
het hierbovengenoemde adres. Vermeld in uw bericht uw naam, de datum van
het concert, de plaats van het concert en het aantal gewenste toegangsbewijzen.
Medewerkenden
Tamar Niamut | sopraan |
Florieke Beelen | alt |
Emiel Hoefnagel | tenor |
Job Hubatka | bas |
David Kuyken | piano |
Klaas Vellinga | harmonium |

Strijps Kamerkoor en Monteverdi Kamerkoor Utrecht